Logo barneveldvandaag.nl


Foto: Theo van der Zalm

Twee soorten konijnen

In Wezep hadden wij 'knien'n'. Tarzan heette de ram. Flap en Floep heetten de frequent-moeder-konijnen. De jongens zetten een bord in de tuin: 'Jonge konijnen te koop. Opbrengst voor Peru.' We ontdekten dat konijnen niet op een zelfde manier reageren als hun hok opengedaan wordt. Flap kroop dan bang in een hoekje en dacht er niet over de gevaarlijke buitenwereld te betreden. Zij werd geregeerd door angst voor de onveilige omgeving. Floep reageerde vliegensvlug anders. Zij floepte zo de deur uit en zocht zo snel mogelijk een opening in de omheining. Vrij en blij liep ze het risico overreden te worden op de Zuiderzeestraatweg. Dan was ze het haasje. Ze minachtte brutaal de waarde van een veilige omtuining. Wilde lekker doen waar ze zelf zin in had. Niet geboeid door leefregels. 'Boeie!'

Vaar tussen de klippen door

Onder de mensen heb je 'flappisten' : Mensen die zich laten beheersen door angst. Angst voor zonde, straf, duivel en dood. Ze spelen op safe. Je weet maar nooit. Ze willen God behagen met gehoorzaamheid aan de godsdienstige regels. Of willen mensen pleasen. Ze zijn bang voor wat de mensen ervan zeggen. Ze willen 'geliked' worden. Ze luisteren goed naar de codes en de modes. Maar ook zijn er in toenemende mate 'floeppisten': mensen die vrij en blij genieten van het leven en vooral goed voor zichzelf zorgen. Ze zoeken de mazen in de wet om bij de lekkere hapjes te komen. Twee baasjes hebben het bij hen voor het zeggen: 'alles moet kunnen' en 'alles moet mogen'. Ze nemen op de koop toe dat ze het grote risico lopen dat ze verslaafd raken.
Volgens Paulus in de Galatenbrief zijn er twee klippen waar het schip der kerk op kan stranden: wetticisme en wetteloosheid. Onder wetticisme verstaat Paulus dat je voorgeschreven regels door de traditie en door mensen méér gehoorzaamt dan Jezus. Je zult het nooit volledig goed doen, ook al doe je godsdienstig nog zo je best. Jezelf op-werken naar God is het tegenovergestelde van het geloof in Christus, Die naar ons af-daalde.
Wettelozen hebben de ware vrijheid in en door Christus wellicht wel eens geproefd maar al spoedig knappen ze af op al dat gedoe van 'je mag dit niet en dat niet'. Ze laten zich tot vrijheid roepen, maar kunnen niet vast blijven staan in die vrijheid (Galaten 5:1 en 13). Vrijheid wordt losbandigheid. Ze vinden het een uitdaging de mazen in de wet te vinden om vrijwillige gehoorzaamheid te ontlopen. Dat maakt immers het leven zo saai. En je leeft maar een keer. Intussen hebben ze de weerzin tegen oude regels ingeruild voor het de oren laten hangen naar wat 'men' zegt en doet en mooi en lekker vindt. Een nieuwe angst maakt zich van hen meester: Val ik niet uit de boot? Vinden ze me zo aardig genoeg? Presteer ik genoeg om wat voor te stellen? Bij zowel 'flappisten' als 'floeppisten' speelt angst dus een grote rol. Je haalt de lat niet. Beiden leven van prestatie in plaats van gratie. Maar hoe vaar je tussen beide klippen door? Door je in geloof te hechten aan de levende Christus en Zijn heilzame woorden. Door Hem vrij-willig te gehoorzamen. Door in praktijk te brengen wat Augustinus voorschreef: 'Heb God lief en doe wat je wilt.'

Reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox