Foto: Martin van der Hooft

Max Verstappen

Soms kun je je zo verheugen op iets. Dat je weet dat je iets heel leuks gaat doen wat je nog nooit gedaan hebt en dat je er zo veel zin in hebt. Je ziet het helemaal voor ogen, je weet dat je het kunt en je gaat dan ook met een soort onschuld naar het evenement. Bovendien heb je zin in gezelligheid onderling en dat krijg je al snel als je samen dingen doet. Het zou een prachtige middag worden.

Wie het al wel had gedaan zei dat het een makkie was. En dat geloofde ik. Het zag er heel leuk en relaxed uit


Dat gebeurde mij toen ik met collega's ging karten. Elektrische karts nog wel, dan hadden we geen last van de herrie van brullende motoren. Dat leek mij helemaal ideaal, zo zacht zoevend over zo'n baan gaan, want ik houd niet van lawaai. Spannend was het wel, meerderen van ons hadden het nog nooit gedaan. Wie het al wel had gedaan zei dat het een makkie was. En dat geloofde ik. Het zag er heel leuk en relaxed uit.


Tot ik me in zo'n karretje liet zakken. Je zit bijna op de grond, maar vooruit. Remmen en gas geven werkt net zoals in de auto. Ik was de laatste die startte, dat vond ik ook nog wel genoeglijk, kon ik tenminste rustig mijn rondje rijden. Nou, de eerste helft van het eerste rondje ging nog. Daarna vlogen aan twee kanten mijn collega's me voorbij. Het waren roofdieren geworden die mij in mijn duidelijk herkenbare rode trui als een prooi zagen die ze steeds maar in moesten halen. Terwijl ik me voorzichtig door een bocht wrong, wurmde iemand zich langs mij heen aan de linkerkant. Tegelijk kreeg ik een duw achter me. Waar waren mijn achteruitkijkspiegels??? Dit ging zo niet lukken natuurlijk.


Het enige wat ik wide was van die baan af, maar ja, hoe doe je dat. Ik keek netjes om als ik de buitenbocht wilde nemen, hielp allemaal niks. Zoeffff, daar kwam er weer een. Later zag ik op een filmpje allemaal enthousiaste mensen vrolijk rond racen en een levensgevaarlijke slak in een rode trui op de baan, in alle rust de weg versperrend. Gelukkig was dit slechts de oefenronde.


De tweede 'heat' heb ik heerlijk aan de kant gestaan, mijn collega's toegejuicht en ondertussen stopte langzaam maar zeker het trillen van mijn armen en benen. De roofdieren maakten elkaar af en ik lachte me een kriek. Het was een prachtige middag en ik heb het enorm leuk gehad, maar ik ben geen Max Verstappen.

 

Judith van den Wildenberg

Meer berichten