Logo barneveldvandaag.nl


Foto: Martin van der Hooft

Trotse passagiers

Alle mensen die als passagier in mijn bus meerijden, hebben een rugzakje. Sommigen een grote, anderen een kleine. Toen ik net begonnen was als chauffeur in het groepsvervoer, bemerkte ik dat er een soort parallelle wereld was aan die van mij. Een wereld met mensen met een beperking, die naar speciale plekken gaan om te werken, die vaak ook in speciale huizen wonen. Een deel nog in de bossen, ver van het dorp, want zo deden we dat vroeger. In die acht jaar dat ik nu zo werk, zie ik steeds meer en meer integratie. Meer huizen staan in een 'gewone' straat, zeker in de dorpen horen de mensen er bij, en er komen steeds leukere plekken om te werken, zoals winkeltjes en restaurantjes. Ik hoor de passagiers ook vaak vol trots praten over hun werk.

'Hier houd ik helemaal niet van. Ik sta al een half uur te wachten. Wat kan er dan zijn dat je zo laat bent.'

 

Soms rijd ik grote afstanden en ben ik al een uurtje onderweg voor ik bij mijn eerste passagier ben. Dan heb je gemakkelijk oponthoud, want o dat verkeer, dat wordt echt met de dag drukker. Op deze dag weet ik dat mijn eerste passagier daar heel onrustig van wordt. Ik ben bijna een kwartier te laat en ook al mag hij me best, ik krijg er meteen van langs. "Hier houd ik helemaal niet van. Ik sta al een half uur te wachten. Wat kan er dan zijn dat je zo laat bent."

 

Ik houd het rustig, want ik heb wel geleerd dat het niks helpt om in de verdediging te schieten. Want wat maakt het voor hem uit dat ik uit Barneveld kom, dat ik over snelwegen moet die elke ochtend in het filenieuws staan? Maar mijn rust helpt wel. "We gaan gauw de anderen ophalen en ik begrijp dat je dit niet leuk vind, maar ik zorg dat je op tijd bij de koffie bent." Dat kan ik zeggen omdat ik weet dat ze toch koffie krijgen, hoe laat ook.


In het begin trok ik me de verwijten nog wel eens persoonlijk aan. Ik deed toch mijn best en wat kon ik er aan doen? Maar in die acht jaar heb ik leren inzien hoe lastig het is als je altijd, elke dag, afhankelijk bent van anderen, zeker als je in je eigen hoofd geen of weinig ruimte hebt. En met dat begrip kom ik een heel eind, want op de bestemming hoor ik tot: "Dank je wel en tot vanmiddag." Ik mag weer terugkomen.

 

Judith van den Wildenberg

Meer berichten




Shopbox