Foto: Martin van der Hooft

Sinterklaas

Het is eindelijk zover, de Sint is weer in het land. Het gaat altijd een beetje aan me voorbij maar de kindjes in de bus houden me bij de les. Ik moet de week ervoor er namelijk wel voor zorgen dat ze op tijd thuis zijn voor het Sinterklaas Journaal en ze praten over Dieuwertje alsof ze die al jaren kennen. Ze zijn zes tot acht jaar oud. Het allergrappigst vind ik dat ze gedurende het jaar wel twijfelen, maar zo gauw die stoomboot vertrekt uit Spanje, ze weer helemaal bij de les zijn.

Ik vertel ze dat je met dat bosje takken kan slaan. Van verbijstering vallen ze stil. Slaan? Sinterklaas is toch zeker veel te aardig om zomaar te slaan? Het kan niet waar zijn!

In de bus worden volop Sinterklaasliedjes gezongen, de liedjes uit mijn jeugd. Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan. Bij sommige zinnen haperen ze even en ik zing tot hun verbazing wel uit volle borst mee: Wie zoet is krijgt lekkers wie stout is de roe. Die zin kennen ze niet hoor. Wat is dat eigenlijk, een roe? Tsja. Ik vertel dat het een bosje takken is aan elkaar gebonden en dat je daarmee kunt slaan. Van verbijstering vallen ze stil. Slaan? Maar dat is toch zielig voor dat kind? En Sinterklaas is toch zeker veel te aardig om zomaar te slaan? Het kan niet waar zijn!


De rest van de reis houd ik maar mijn mond. Want ja, ik ben hier wel mee opgegroeid, ook al kan ik me echt niet herinneren dat ik bang was voor Sint en zijn gevolg. En bij mijn eigen kinderen heb ik ook geen angst gezien, wel spanning natuurlijk, maar dat is iets anders. En als ouders zeiden wij ook al niet meer dat ze misschien wel in de zak meegingen naar Spanje. Want dat was vroeger toen ik klein was natuurlijk wel eng.


Deze kindjes in mijn bus zijn best stout eigenlijk. Ze krijsen en schreeuwen, ze meppen elkaar, ze pesten en regelmatig moet ik een barse stem opzetten. Maar met zo'n zinnetje: 'Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe', daar kunnen ze helemaal niks mee. En dat is maar goed ook, want ze mogen er zijn, met al hun streken en kuren. Daar mag je inderdaad nooit een roe op loslaten. Dat ik dat vroeger niet begreep!

Judith van den Wildenberg

Meer berichten