Foto: Theo van der Zalm

Mantelzorgers

Het zou erg zijn als het woord 'mantelzorger' in onze woordenschat niet of te weinig voorkomt. Hebben wij genoeg in de gaten dat onze hele gezondheidszorg voor een belangrijk deel steunt op mantelzorgers? Ik heb het als dominee moeten leren om bij ziekenbezoeken niet alleen echt belangstelling te hebben voor de zieke, maar ook voor de –vaak op de achtergrond aanwezige- mantelzorger(s). 'En hoe gaat het met ú?' leerde ik met nadruk vragen. En: 'Hoe houdt u het vol om mantelzorger te blijven?'

Leer 'nee' te zeggen

In 1979 kreeg ik van mijn ouders t.g.v. mijn kerkelijk examen de twee dikke delen van Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse taal. Een aansporing om bij mijn preekvoorbereiding goed te beseffen hoe belangrijk goede taal is. Nu viel het me op dat in deze tiende druk het woord 'mantelzorg(er)' nog niet voorkomt. Het was in 1976 dus nog geen algemeen bekend woord. Het woord 'mantel' wordt meer in verband gebracht met een kledingstuk voor vrouwen. Niet vreemd want de meeste mantelzorgers zijn vrouw. Er is vaak extra veel waardering voor mannen die mantelzorger zijn, terwijl men die taak voor vrouwen vanzelfsprekend vindt. Kinderen worden geacht de mantelzorg als kinderplicht op zich te nemen naast de vele andere taken. Kinderen worden in probleem gezinnen reeds vroeg als jonge mantelzorgertjes ingeschakeld en houden de boel draaiend. Merken we deze situaties op? Toen mijn vrouw vorig jaar met vervroegd pensioen ging –o.a. om meer tijd te hebben voor de (klein)kinderen- kon ze nog niet bevroeden dat ze in 2018 nu al dik zeven maanden mijn mantelzorger zou worden. Van jeugdarts werd ze mijn 'lijfarts'. Dat heeft risico's. Ze maakt zich al gauw té bezorgd. Ze weet te veel wat er allemaal mis kan gaan. Ze kan niet mijn vrouw én mijn arts zijn. Vanwege onzekerheden over de juiste behandeling stuurt ze mij daarom eerder naar de huisarts. Bij afspraken in de ziekenhuizen en de revalidatie periode gaat ze vaak mee. Hoe vinden patiënt én mantelzorger een juiste balans tussen belasting en belastbaarheid? Maar niet alleen de patiënt moet ervoor waken niet over zijn grenzen te gaan, maar ook de mantelzorger moet 'nee' leren zeggen. Ze kan zichzelf te veel wegcijferen . Wie dat doet brengt de relatie in gevaar of gaat er zelf aan stuk. Wat ook herkenning op zal roepen bij mantelzorgers is het feit dat er een reactie optreedt als de druk van de zorgketel komt. Opgelucht kan ze vertellen dat het de goede kant opgaat met de zieke. Ze krijgt meer lucht. Maar dan eist een periode van zware belasting haar tol op. Ze voelt dan pas goed hoe vermoeiend het is geweest. Ze begint – terecht- tegen te sputteren als de partner te veel op haar blijft leunen. Ze is moe en daarom prikkelbaarder. Moet weer een nieuw levensritme vinden. Krijgt weer de kans een paar dingen op te pakken die zij leuk vindt. Ze kan stimulering dan goed gebruiken. De zorgrollen mogen ook wel eens omgekeerd worden. Het gaat weer lukken dankbaar elkaars tegenover te zijn. Daar fleuren beiden van op! En je kunt wat voor andere –ook jonge- mantelzorgers betekenen, die dreigen te zwaar belast te worden.


Dominee Leo Smelt, Voorthuizen

Meer berichten