Foto: Martin van der Hooft

Opschrijfboekjes

Ik houd van opschrijfboekjes. Misschien heeft dat met mijn werk te maken, maar het was al van jongs af aan zo. En in elke boekhandel of warenhuis (wat een ouderwets woord is dat eigenlijk!) kan ik eindeloos allerlei opschrijfboekjes bekijken. Ze hoeven niet groot te zijn, integendeel zelfs. Tegenwoordig heb je allerlei kleine formaten die gemakkelijk in mijn handtasje passen. Het gaat me natuurlijk om de kaft, die moet iets hebben, die moet elke keer dat ik het boekje zie, me uitnodigen om erin te kijken of te schrijven. Zo heb ik boekjes speciaal voor mooie gedichten, van anderen hoor, ik maak ze niet zelf. Andere boekjes zijn om interviews in op te tekenen of dingen die ik moet onthouden.

Telefoontje? Niet zo leuk!

Al vanaf heel jong schreef ik dagboeken. De eerste keer natuurlijk in een 'lief dagboek' dat ik van mijn ouders had gekregen maar daarna stapte ik over op schriften. En ook daar ben ik stapelgek op. Als het schoolseizoen weer aanbreekt, ben ik in mijn element want dan zie je overal een keur aan leuke schriften. Ook hier liever geen grote, het moet allemaal makkelijk in mijn tas mee kunnen. De meeste dagboeken heb ik nog, want afscheid er van nemen is nog niet zo gemakkelijk. De grap is dat ik geen dagboekverhalen kan schrijven in de notitieboekjes, maar wel interviews in de schriften.


Nou is er tegenwoordig wel de telefoon waar je van alles in kunt zetten, maar dat is lang niet zo leuk. Ik schrijf namelijk ook graag met een pen, het liefst een vulpen. Dat is toch iets anders dan een toetsenbord. Bovendien nodigt de telefoon me nooit uit om nog eens gezellig in mijn aantekeningen te gaan bladeren. Ik kan ze zelfs nauwelijks terugvinden. Terwijl mijn echte aantekeningen zitten in dat roze boekje, dat blauw gestreepte of die met die gele zon erop. De kaft he, daar gaat het om.

Judith van den Wildenberg

Meer berichten