Foto: Martin van der Hooft

Donkere dagen

De dagen zijn kort en heftig. En ook al sta ik op dezelfde tijd op als in de zomer en ga ik op ongeveer dezelfde tijd naar bed, het voelt allemaal heel anders. Dit is eigenlijk het eerste jaar dat ik dit zo bemerk. Zelfs de dagen in het weekend, zonder werk dat per se moet, zijn te kort om bij te komen van drukke weken.

Wat me nog het meest tegenstaat is het feit dat ik in het donker wegga en ook in het donker thuis kom, terwijl juist het licht in mijn huiskamer mij altijd zo treft.

Wat doet licht dan toch veel. Ik wist het nooit tot ik op kamers in Utrecht achter een garage kwam te wonen. Niet ideaal, maar je wilt wonen en er was ook al in die tijd te weinig ruimte om alle studenten goed te huisvesten. Ik had al, met hoogtevrees, op 18 hoog gewoond, ergens anders in een ruimte van twee bij vijf, wel lekker lang natuurlijk. En toen eindelijk die ruimte achter de garage kwam, leek het geweldig

En dat was het ook terwijl ik er woonde. Al werd ik wel langzaam maar zeker wat neerslachtiger. Het ging zo traag dat ik het niet eens merkte. Ik was moe, had minder energie, nog geen leuke baan die bij mijn studie paste en mijn moeder was net overleden, dus ik vond het ook allemaal normaal.


Vandaar verhuisde ik naar een doorzonwoning in Barneveld. Een zee van ruimte, een tuin en vooral: heel veel licht. Ik moest er eerst mijn ogen tegen dichtknijpen. maar het was net of al dat licht ook weer ruimte maakte in mijn hoofd en mijn hart. En misschien dat na deze prachtige zomer, te heet maar met zoveel mooi licht, ik het verschil met deze donkere periode intenser beleef dan anders. Ik mis gewoon mijn zonnebril! Die ik overigens ook voor het eerst dit jaar heb gebruikt.


Wat me nog het meest tegenstaat is het feit dat ik in het donker wegga en ook in het donker thuis kom. Terwijl juist het licht in mijn huiskamer mij altijd zo treft. De baan van de zon die als een streling door mijn huis gaat, dat mis ik nu allemaal. Kaarsjes helpen, maar toch. Dat het maar snel weer zomertijd mag zijn.

Judith van den Wildenberg

Meer berichten