Foto:

De hemel op aarde

Natuurlijk sta ik niet voor mezelf op de preekstoel. Natuurlijk betekent roeping dat het niet in de allereerste plaats om mezelf gaat, maar om God en de mensen tot wie ik mag spreken. Natuurlijk gaat het niet om mijzelf. Maar dat is natuurlijk net wat te hoogdravend opgeschreven. Als dominee ben ik ook gewoon mens. Daarom is het bijzonder om soms meegenomen te worden op de golven van de woorden die ik uitspreek. Die van tevoren voorbereid zijn, maar bij het uitspreken toch altijd weer een eigen kleur en geluid oproepen, die met de beste voorbereiding niet te voorspellen is. Meegenomen door mijn eigen woorden? Of is het de Geest die deze woorden echt laat klinken? Menselijke woorden waarin ook God tevoorschijn komt? Waar geen mens, hoe goed voorbereid ook, helemaal vat op heeft. Het is heel bijzonder om te ervaren, dat de woorden volledig kloppen, als vanzelf komen en met open handen ontvangen worden door de mensen die luisteren. Een moment wat doet denken aan de hemel. Na de dienst geef ik iedereen, samen met de ouderling, een hand. Dan, wanneer bijna iedereen naar huis is, komt er nog iemand naar me toe. Ze kijkt wat moeilijk. En ze zegt ook moeilijke dingen: 'Die stoelen horen niet te staan zoals ze vanavond stonden. Ik weet wel dat u er als predikant niets aan kunt doen. Maar toch wil ik het wel even kwijt. Het heeft me enorm gestoord tijdens deze dienst.' Het is alweer een paar weken geleden dat het gebeurde. Wat ik geantwoord heb weet ik niet meer zo precies. Wel dat ik opeens van de hemel weer op de aarde belandde. Met beide benen op de grond. Zou God het ook zo bedoeld hebben? Zweven in mystieke en hemelse momenten is fijn voor een moment, dat zal ik niet ontkennen. Geroepen zijn in Gods koninkrijk betekent het delen van vreugde, pijn en ook de klein menselijke zaken. Wat is te klein? Zie Lied 215: 'Houd dan de hemel in het oog, maar hef uw hart niet al te hoog; op aarde hier, op aarde thans, ziet gij een bovenaardse glans. Wie van zich afziet naar God toe, loopt in het licht en wordt niet moe'.

ds. Bartho Versteeg

Meer berichten