Foto:

Column Judith: Kinderhandjes

Ze zijn drie jaar en identiek. Ik kan ze alleen uit elkaar houden omdat de een lacht en de ander niet. Het is hun eerste dag naar een voorschool en ze vinden het reuze spannend. De lachebek heeft pretoogjes en wil de wereld wel ontdekken. Hij heeft ook vlaggetjes op zijn wangen want het is Koningsdag. De ander kijkt heel gereserveerd en houdt zijn armpjes stijf langs zijn lichaam. Voor hem geen vlaggetjes. Eigenlijk wil hij niet met me mee, maar ja, ik heb een grote bus met allemaal aparte stoeltjes en dat is natuurlijk wel weer leuk. Zijn huilen is bij de eerste bocht al over. En ik wou dat ik dat die ouders even kon laten weten, want ik herinner me maar al te goed hoe erg het is om je huilende kind over te geven aan een vreemde. Maar gelukkig gaat de school wel even bellen.

Het leuke van mijn werk is dat hoewel ik geen oma ben, ik toch regelmatig kinderhandjes mag vasthouden. De lachebek holt voor me uit de school in, maar dat gereserveerde jongetje heeft wel een hand nodig, ook al kent hij me niet. Ik sta altijd paf van 't vertrouwen dat kinderen je dan geven. En het zal me altijd blijven ontroeren, zo'n warm handje dat in de mijne glijdt, gewoon omdat het anders allemaal te eng is. Zelf wil ik het ook graag want niks enger dan met kleine kindjes vlak langs auto's te lopen.

We zijn nu een week verder en hij ziet mij voor de derde keer. Een aarzelende lach, en geen gehuil meer. Zijn armen zijn ontspannen en bij school holt hij net als zijn broertje vrolijk naar de voordeur. Nu moet ik heel wat beter kijken om ze uit elkaar te houden, want ze zijn ook nog identiek gekleed. Ik help nog even met jasjes uitdoen en tassen wegbergen en het mag allemaal.

Ze praten niet tegen me, dat hoeft ook niet. Maar ze geven me wel een heel opgewekt gevoel, gewoon, omdat ik zie hoe sterk ze zijn en omdat ik denk dat ze er wel zullen komen.

Meer berichten