Foto:

Column Judith: Jeukrups

Die eikenprocessierups! Wat een ondier. Ik kende hem alleen van plaatjes en dan werd ik er al een beetje misselijk van. Al die krioelende dieren op en over elkaar. En ik dacht altijd dat die beestjes echt op je moesten vallen voor je er last van kreeg. Of dat je zelf tegen zo'n boom aan moest schurken. Dus fietste en wandelde ik onbekommerd langs al die bomen met een lintje eromheen. En rij ik dagelijks langs allerlei vrolijk wapperende lintjes waarbij ik me ook afvroeg waarom ze deze bomen aangewezen hadden, zo in een berm. Daar loopt toch niemand.

Voorbij is mijn onschuld. Want dit jaar zit ik sinds een boswandeling waar geen lintje te zien was, onder de bultjes. En moet ik onbedwingbaar krabben. Ik snap er niks van, want het wordt met de dag erger. Tot ik op de radio hoor over rondvliegende haartjes. En opeens klikt het. Nou geef ik toe, ik ben wat hypochondrisch. Dus als je me een verhaal vertelt over jeuk, ga ik al krabben. Maar niet dagenlang. Die wapperende lintjes, zo'n vrolijk gezicht, die staan onder andere bij de oprit naar de A30. Daar kom ik dus elke dag langs, met de ramen open wacht ik daar bij het verkeerslicht, viermaal daags, 's morgens en 's middags als ik de snelweg opdraai en als ik er weer vanaf kom. Ramen lekker open en genieten van een briesje in deze hete dagen. Dat kan dus niet meer. Want die haartjes vliegen daar vrolijk rond. Ik zie ze niet, maar ik voel de gevolgen des te meer. Onbedwingbaar krabben. Ik schaam me er gewoon voor. Wat een streek van mijn geliefde natuur! Ik wist al dat je niet met blote benen het bos in moest gaan omdat teken van menselijke huid houden en dat je ondanks een lange broek je jezelf moet controleren of je niet per ongeluk er toch eentje meegenomen hebt. Maar die haartjes, daar helpt niks tegen. Zelfs geen dichte ramen, want die haartjes komen gewoon via de ventilatie binnen. Een plaag, dat is het. Eentje waar we niet zomaar van af zijn. Gelukkig staan er geen eiken in mijn straat. Maar dat is een schrale troost, want een eik, die hoort gewoon bij Nederland. Die staat overal! Geen ontkomen aan.

Judith van den Wildenberg

Meer berichten