Foto:

Column Judith: Reclame

Nu het vakantietijd is heb ik meer tijd om 's avonds voor de televisie te hangen. Normaal gesproken kijk ik alleen de programma's die ik wil zien en meestal ook op een tijdstip dat ik zelf kies. Mijn voorkeur gaat uit naar detectives en naar nieuwsprogramma's. Maar nu doe ik echt aan hangen en zappen en dan valt me de onvoorstelbare hoeveelheid reclame op. En niet eens zo maar reclame, maar vooral die waarin ik als een onvoorstelbare sukkel word aangesproken. Zozeer zelfs dat ik ter plekke besluit om het product nooit meer te kopen.

Zo ben ik een groot fan van snoep en zeker ook van Haribo. Maar die hebben nu zo'n kinderachtige reclame waarin volwassen mensen opeens met kinderstemmetjes praten, daar erger ik me suf aan. Zelfs mijn favoriete rollo's, opgerolde dropslingers, roepen nu alleen maar walging bij me op omdat ik meteen die vreselijke man met zo'n dropslinger om zijn hoofd zie terwijl hij roept dat hij een Ninja is. Als ze me van het snoep af wilden hebben, is deze reclame zeer effectief.

Een andere reclame waar ik me suf aan erger, is die van een groep jongeren in een supermarkt die even om aandacht vraagt en vervolgens de aanwezigen vertelt dat ze zich zo'n zorgen maakt om hun toekomst met de opwarming van de aarde. Een goede zaak, maar die stemmetjes! En dan wordt deze clip ook nog heel vaak uitgezonden! Ik heb hem zelfs al op de radio gehoord. Ik weet nooit hoe snel ik weg moet zappen bij deze en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

En van de radio ken ik die afgrijselijke schreeuwerds van Incentro. Ik heb deze honderden keren gehoord op de radio in allerlei varianten, maar ik weet nog steeds niet waar het over gaat en erger nog: ik wil het niet eens weten. Als ik iemand zou tegenkomen die voor Incentro werkt, zou ik zelfs meteen rechtsomkeert maken.

Ik dacht dat reclame was om je te verleiden, niet om je naamsbekendheid op een negatieve manier te vergroten. Maar ja, ze spreken me aan als een onvoorstelbare sukkel, dus wat weet ik ervan? Helemaal niets en dat hou ik graag zo.

Judith van den Wildenberg

Meer berichten