Huis met sloten

  Column

Ik groeide op in de Alblasserwaard, een waterrijk gebied. Ons huis had aan de voor- en de achterkant sloten. Tegenwoordig zijn de sloten gedempt, de straten verbreed en er zijn trottoirs en parkeerhavens aangelegd. Wat zouden mijn ouders blij geweest zijn als de sloten al gedempt waren in de tijd dat zij daar met hun kinderen woonden. Het was in de tijd dat sommige mensen hun eerste auto aanschaften. Dat deden mijn ouders ook. Onze auto stond ergens een heel eind verderop in een gehuurde garage; door de sloten kon de auto niet op ons erf staan en de weg was niet berekend op geparkeerde auto's. Voor ons als kinderen maakte dat allemaal niets uit, wij woonden in een heerlijke omgeving waar we naar hartenlust konden spelen. De sloten hadden zomer en winter een enorme aantrekkingskracht op ons. Mijn moeder stond duizend angsten uit als het om die sloten ging. In de zomer kon je mij bij en soms in de sloten vinden, in de winter er op. Dat zat zo. Als kind ging ik graag op ontdekkingstocht uit. Steentjes in de sloot gooien, kikkers vangen, slootje springen, noem maar op. Soms ging het mis en dan kwam ik in de sloot terecht.

IJskoude vingers en tenen

Ik denk dat de sloot in die tijd ook nog als riool fungeerde. Je kan je voorstellen hoe ik dan uit die sloot kwam: stinkend en onder de modder. Mijn moeder was dan niet blij, en dat is zacht uitgedrukt. Zij moest dan maar zorgen dat kind en kleding weer schoon werden. In de winter lag er vaak ijs in de sloten, althans volgens mijn herinnering. Dan was ik dus op de sloten te vinden. Schaatsen op houten doorlopers met veters die oh zo vaak "overgebonden" moesten worden. IJskoude vingers en bevroren tenen. En dan tussendoor naar binnen en je warmen bij de kolenkachel. Voeten op de kachel en oh wat een pijn en een jeuk aan je voeten als ze weer op temperatuur kwamen. Zo snel mogelijk weer naar buiten en verder met de ijspret. En toen konden we vorige week weer op natuurijs schaatsen. En wat denk je? Ik heb niet geschaatst, het is bijna niet te geloven. Ik vond het te koud. Wat een watje he? En toen ineens ging de temperatuur pijlsnel omhoog, te laat, toen was het ijs te zwak. Afgelopen maandag betrapte ik mezelf erop dat ik een liedje liep te neuriën: "De winter is vergangen".

Meer berichten